NIP

Uitspraken 2022 College van Toezicht

De geanonimiseerde uitspraken gedaan door het College van Toezicht in het jaar 2022.

Uitspraak CvT 22/06

Klaagster verwijt de zelfstandig gevestigd psycholoog dat zij haar praktijkvoering niet op orde had door niet over een back-up van haar gegevens op haar computer te beschikken. Daarnaast heeft zij klager niet tijdig zijn dossier verstrekt toen hij daarom vroeg. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat sprake is geweest van onprofessionele bedrijfsvoering in de praktijk van de psycholoog waarvoor zij als professional verantwoordelijk is. Daardoor heeft zij artikel 23, 15 en 19 van de Beroepscode overtreden. Daarnaast is het dossier te laat aan klager verstrekt waarmee artikel 20 en 67 zijn geschonden. Door niet kritisch na te denken over haar beroepsmatig handelen en door de praktijk te laten versloffen zijn daarnaast artikel 98 en 107 van de Beroepscode overtreden. Zo beschikte de psycholoog het laatste jaar niet meer over it-ondersteuning en intervisie.
Klacht gegrond berisping. Dringend advies aan de psycholoog om – zodra zij haar praktijk weer opstart – een visitatietraject te doorlopen.

Uitspraak CvT 22/20

Klaagster verwijt de psycholoog onder meer dat zij meewerkt aan ouderverstoting, conclusies trekt in het onderzoeksverslag die niet onderbouwd zijn en vooringenomen is. Aan de psycholoog is geen mededeling gedaan van de klacht aangezien eerst zal worden beslist of de klacht in behandeling genomen kan worden. Door klaagster is tevens een klacht ingediend bij SKJ.
Het College neemt de klacht niet in behandeling om dubbele verantwoording door de psycholoog in dezelfde zaak bij verschillende tuchtrechtelijke instanties te voorkomen. Dit oordeel is gebaseerd op artikel 2.1.8 RvT.
Het College neemt de klacht niet in behandeling.

Uitspraak CvT 22/07

Klaagster verwijt de psycholoog dat zij zich niet houdt aan een eerdere uitspraak van het College, onveilig mailt en professionele rollen heeft vermengd. De psycholoog is niet om verweer gevraagd omdat het College eerst zal beoordelen of de klacht in behandeling genomen kan worden. Door klaagster is tevens een klacht ingediend bij SKJ.  Het College neemt de klacht niet in behandeling om dubbele verantwoording door de psycholoog in dezelfde zaak bij verschillende tuchtrechtelijke instanties te voorkomen. Dit oordeel is gebaseerd op artikel 2.1.8 RvT.
Het College neemt de klacht niet in behandeling.

Uitspraak CvT 22/16 voorzittersbeslissing

Klaagster verwijt de psycholoog dat zij zich met oneerlijke praktijken bezighoudt. Daardoor heeft de zorgverzekering de facturen voor de behandeling van klaagster niet willen betalen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. De voorzitter oordeelt dat de klacht van civielrechtelijke en niet van tuchtrechtelijke aard is nu deze betrekking heeft op de financiële afwikkeling van de behandeling van klaagster bij de praktijk.
Klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht.

Uitspraak CvT 22/04

Klaagster verwijt de psycholoog onder meer dat hij niet direct contact met haar heeft opgenomen nadat hij ziek is geweest en haar niet tijdig een behandelplan heeft gestuurd. Ook heeft hij grensoverschrijdend gehandeld door op contact te blijven aandringen. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College oordeelt dat beide klachtonderdelen bij gebrek aan feitelijke grondslag ongegrond zijn. Evenmin heeft de psycholoog onzorgvuldig gehandeld door naar aanleiding van de klacht éénmaal telefonisch contact met klaagster op te nemen om over haar grieven te praten. Door deze handelwijze heeft hij juist geprobeerd haar onvrede weg te nemen.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT 25 mei 2022

Uitspraak CvT 22/02 voorzittersbeslissing

Klager verwijt de psycholoog die hem heeft begeleid bij ziekteverzuim dat hij hem een incompleet dossier heeft verstrekt en dat hij het rapport van februari 2013 heeft herschreven na overleg met het UWV. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
De voorzitter oordeelt dat klager onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet het gehele dossier heeft ontvangen. Daarnaast is de klacht over de rapportage ongegrond verklaard nu de verjaringstermijn van zeven jaren wat betreft dit handelen is verstreken.
Klacht ongegrond.
Hoger beroep ingesteld.

Uitspraak CvT 21/15

Klaagster verwijt de A&O-psycholoog dat zij een onjuiste assessmentrapportage heeft uitgebracht en geen rekening heeft willen houden met het feit dat zij aan het einde van het assessment heeft genoemd dat zij griep had. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College oordeelt dat de rapportage met wat kleine kanttekeningen aan de vereisten volgend uit artikel 97 van de Beroepscode voldoet. Bij melding van ziekte ontstaan er naar het oordeel van het College voor beide partijen betrokken bij het assessment nieuwe verplichtingen. De psycholoog heeft hierbij door direct aan klaagster te melden dat het advies in stand zou blijven, maar wel een hertest aan te bieden, de kans aanvaardt dat dit tot verwarring bij klaagster zou leiden. Al met al is de klacht ongegrond.
Klacht ongegrond.

Uitspraak CvT 21/36 en 21/37

Klager verwijt de psycholoog dat zij hem als gezagdragende vader niet heeft geïnformeerd dat zijn kinderen bij de praktijk op de wachtlijst stonden en hem – nadat hij hier was achter gekomen – hem niet te woord heeft willen staan. De psycholoog heeft aangevoerd dat zij een door haar als intimiderend ervaren telefoongesprek heeft gevoerd met klager en dat hij onnodig heeft bijgedragen aan negatieve dynamiek en opwinding.
Het College oordeelt dat de psycholoog zich te terughoudend heeft opgesteld in het contact met klager. Uit de ter zitting beluisterde geluidsopname van het telefoongesprek blijkt niet dat hiervoor aanleiding was. Daarnaast had de psycholoog beide ouders op voet van gelijkheid moeten informeren over de plaatsing van de kinderen op de wachtlijst.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Hoger beroep ingesteld.

Uitspraak CvT 21/27

Klaagster, niet gezagdragende ouder, verwijt de psycholoog onder meer dat zij bepalend is geweest in hetgeen wel en niet mag in de hulpverlening. Zo heeft zij ten onrechte de voogd geadviseerd herstel van de band tussen dochter en moeder te weigeren. Klaagster is teleurgesteld dat zij niet heeft kunnen kennismaken met de psycholoog en geen informatie over dochter heeft gekregen. Bij haar oudste dochter die ook psychologische hulp krijgt, gebeurt dit namelijk wel. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College oordeelt dat niet vast is komen te staan dat de psycholoog herstel van de band met klaagster heeft geweigerd. Ook de overige klachtonderdelen zijn niet gegrond. Wel wordt de psycholoog aangeraden om iets aan de ouder zonder gezag te laten weten indien dit mogelijk is gelet op de fase waarin de therapie verkeert. De door klaagster geuite wens om een gesprek met de psycholoog wordt gezien als een verzoek om informatie op hoofdlijnen (artikel 8 Beroepscode).
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT 24 mei 2022

 

Uitspraak 21/35 CvT

Klaagster verwijt de psycholoog bij wie zij in behandeling is geweest en een aantal EMDR – sessies heeft gevolgd, dat zij zich niet aan de gemaakte afspraken heeft gehouden, zonder overleg van het behandelplan is afgeweken en de EMDR – behandeling niet op een betrokken manier heeft uitgevoerd.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College van Toezicht heeft geoordeeld dat niet kan worden vastgesteld dat hetgeen klaagster naar voren heeft gebracht juist is, nu de psycholoog klaagsters stellingen gemotiveerd heeft weersproken.
De klacht wordt gelet daarop ongegrond verklaard.
Klacht ongegrond.

Uitspraak 21/21 CvT

Klager verwijt de psycholoog dat zij vertrouwelijke informatie betreffende zijn geestelijke gesteldheid in e-mails heeft verstrekt aan zijn ex-partner. Deze zijn overgelegd in de echtscheidingsprocedure waardoor hij zijn kinderen langere tijd niet heeft kunnen zien.
De psycholoog heeft erkend dat zij er niet bij heeft stilgestaan dat de mails op deze wijze gebruikt kunnen worden. Zij heeft ter zitting aangeboden een brief te sturen aan de ex-partner en klager met een verbod deze informatie te gebruiken. Tevens zal zij een disclaimer aan haar mails toevoegen.
Het College van Toezicht oordeelt dat verweerster rapportage heeft opgemaakt in de zin van artikel 1.16 van de Beroepscode. Bij relatietherapie is sprake van een meervoudige cliëntrelatie met een meervoudige loyaliteit. De psycholoog had klager er dan ook van op de hoogte moeten stellen dat zij de mail aan zijn ex-partner had verzonden.
Klacht gegrond. Vanwege de opstelling en aanbod van de psycholoog ter zitting is door het College geen maatregel opgelegd.

Uitspraak 21/11 CvT

Klager verwijt de psycholoog dat zij handelend als POH-GGZ onvoldoende gekwalificeerd was zijn dochter met Asperger te begeleiden en voorts dat zij zonder enig overleg heeft ingegrepen in de harmonieuze co-ouderschap woonsituatie van de dochter.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College oordeelt dat de psycholoog handelend als POH-GGZ beroepsmatig heeft gehandeld in de zin van de Beroepscode.
Bij de begeleiding van een 14-jarig kind heeft de psycholoog ook te maken met de ouders. Lang niet altijd hebben ouders en kind hetzelfde belang. Dit vraagt om een meervoudige partijdigheid.
De psycholoog heeft zich niet aan dit uitgangspunt gehouden en is gaandeweg van rol gewisseld.
Artikelen 7, 51 en 63 van de Beroepscode overtreden.
Klacht gegrond, berisping.

Uitspraak 22/01 CvT

Klager verwijt de psycholoog dat zij hem aan zijn lot heeft overgelaten en daarmee niet heeft voldaan aan de zorgplicht.
Ook heeft zij hem een onvolledig dossier gestuurd.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College van Toezicht oordeelt dat beide stellingen van klager tegenover het gemotiveerde verweer van de psycholoog onvoldoende vast zijn komen te staan.
Klacht ongegrond.

Uitspraak 21/20 CvT

Klager verwijt de psycholoog, werkzaam als regiebehandelaar, dat zij een vertrouwelijk e-mail aan moeder heeft gegeven, dat zij de omgangsbegeleiding heeft gestaakt zonder een vervanger te zoeken en zich partijdig jegens klager heeft opgesteld.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College van Toezicht oordeelt dat de psycholoog de e-mail mocht overhandigen nu deze door de afzender (eveneens psycholoog) al was gedeeld met de psycholoog en de gezinsbeschermer op grond van artikel 7.3.11 lid 4 van de Jeugdwet en ter sprake was gekomen in een rechtszitting tussen de ouders. Daarmee was de mail niet langer vertrouwelijk in de zin van artikel 71 van de Beroepscode.
Wél had de psycholoog direct aan klager moeten melden dat zij de mail aan moeder had gegeven. Openheid naar de ouders dient hierin steeds het uitgangspunt te zijn.
Daarnaast mocht de psycholoog de begeleiding van de omgang staken nu klager een klacht tegen haar had ingediend.
Ten slotte is niet gebleken dat de psycholoog zich partijdig jegens klager heeft opgesteld. Dat de inspanningen van de psycholoog niet hebben geleid tot een goede omgang tussen klager en zijn zoon leidt niet tot de conclusie dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld.
Klacht ongegrond.

Uitspraak 21/24 CvT

Klager verwijt de A&O-psycholoog dat zij zonder zijn toestemming vertrouwelijke informatie uit de coaching met zijn werkgever heeft gedeeld en de coaching niet officieel heeft afgerond. Ook heeft zij geen behandelplan opgesteld.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College van Toezicht oordeelt dat de psycholoog met klager een professionele relatie is aangegaan. Of de psycholoog vertrouwelijke informatie met de werkgever heeft gedeeld kan het College niet vaststellen nu de psycholoog dit direct door de werkgever heeft laten rectificeren en dit ter zitting heeft weersproken.
Wel heeft de psycholoog de professionele relatie niet in overleg afgerond waardoor onduidelijkheden bij klager zijn blijven bestaan.
Ten slotte heeft de psycholoog zich niet aan de door haar zelf geformuleerde doelen in de coaching gehouden en heeft zij onvoldoende nagevraagd wat de bedoeling was van de coaching.
Artikelen 40 en 64 van de Beroepscode geschonden.
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.