NIP
Geschreven op:

AMvB voor reëele prijzen pakt met name voor vrijgevestigde zorgprofessionals niet goed uit

De Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd (SBJ) hebben gereageerd op de internetconsultatie Algemene Maatregel van Bestuur reële prijzen Jeugdwet die de Ministeries van Justitie en Veiligheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben uitgezet. Het NIP is onderdeel van de SBJ.

Met de AMvB worden gemeenten en aanbieders verplicht hun prijzen op te bouwen met gebruik van in de AMvB opgenomen kostprijselementen. Het vastleggen van de kostprijselementen voor jeugdhulp in een AMvB vinden de SBJ een goede ontwikkeling. De verwachtingen zijn hoog: namelijk dat gemeenten en aanbieders hierdoor bij het opstellen van een contract zorgvuldiger tot een reële prijs komen en dat aanbieders hierdoor een goede kwaliteit kunnen leveren, een gezonde bedrijfsvoering kunnen voeren en een aantrekkelijke werkgever blijven. De SBJ denken dat met de huidige AMvB deze verwachtingen nog niet genoeg gerealiseerd worden en wijzen onder meer op het risico van nog hogere administratieve lasten voor zorgprofessionals en de positie van vrijgevestigde zorgprofessional die onder druk komt te staan.

Tarieven

De hoogte van het tarief is slechts één facet van een groter samenspel van factoren dat van invloed is op de totale kosten van jeugdhulp. Behalve de prijs is daarvoor immers ook de hoeveelheid te leveren zorg bepalend. Om daar inzicht en overeenstemming in te krijgen zou een gesprek met aanbieders over een passende en doelmatige toepassing van jeugdhulp leidend kunnen zijn. Dat kan ervoor zorgen dat beide partijen tevreden zijn: gemeenten houden hun kosten beheersbaar en aanbieders zijn ervan verzekerd dat zij een eerlijke prijs krijgen voor hun diensten.

Vrijgevestigde jeugdhulpprofessionals

Door het inkoopbeleid van gemeenten (o.a. het hoofd- en onderaannemerschap) komen de vrijgevestigde jeugdhulpprofessionals (een groep van tenminste 2.500 zorgprofessionals) onder druk te staan. Dat wordt door deze AMvB mogelijk versterkt als gemeenten bij de inkoopvisie de keuze maken om met minder en vooral grotere zorgaanbieders samen te willen werken. Gezien het specifieke aanbod van vrijgevestigde jeugdhulpprofessionals en de nijpende tekorten in de jeugdhulp is dit onwenselijk en heeft het negatieve gevolgen voor tijdige en passende hulp voor kinderen, jongeren en gezinnen. Verder heeft een vrijgevestigde hulpverlener te maken met een andere samenstelling van kosten, zoals overhead- en huisvestingskosten. Een oplossing kan zijn om -bij een nadere uitwerking van de AMvB- gemeenten te wijzen op de mogelijkheid voor het invoeren van trapsgewijze prijzen, afhankelijk van organisatiestructuur.

Impactanalyse Significant

Zowel gemeenten als aanbieders hebben lage verwachtingen van de invoering van de AMvB, blijkt uit de impactanalyse van Significant. Bepaalde aspecten, zoals kostprijsonderzoek, administratieve last en voorspelde juridische procedures zullen de uitvoeringslast zelfs vergroten. Een verdere toename van de administratieve lastendruk voor jeugdhulpprofessionals is onaanvaardbaar. Ook blijkt uit de impactanalyse dat gemeenten zich door invoering van de AMvB meer gaan bezighouden met de inhoud van de te leveren zorg. Dit is een onwenselijk gevolg, nu professionals primair verantwoordelijk zijn en moeten blijven voor de kwaliteit en inhoud van de te leveren zorg. Tot slot is het impactonderzoek positief over één standaard soort kostprijsonderzoek en de verplichte indexering. Wat betreft SBJ moet daar dan op worden ingezet.